Kantlijn in quarantainetijd | Maandag 11 mei 2020

Bijgewerkt: jun 29

Les van Jean


Ergens, iets. Keuze uit vier opdrachten.


Opdracht 1: Je loopt over het spoorwegviaduct van Rue Auguste Hermine in Parijs. Onder je de treinen. Het is een warme dag. Je hebt een contrabas in je armen. Je bent gehaast, op weg naar iets. Je hebt mooie kleren aan, eigenlijk een beetje te warm voor deze stralende zomerdag. Een contrabas is een groot en onhandig ding, maar je draagt het op een manier waaruit blijkt dat je het wel gewend bent. Wat gebeurt er?

Opdracht 2: Je zit op een bankje in Saint Anne’s Park in Dublin. Het is een frisse dag. Toch spelende kinderen in het gras. Wandelende geliefdes en schuifelende bejaarden op het paadje. Je kijkt het rustig aan. Naast je ligt een klein, in cadeaupapier ingepakt doosje. Er beginnen wat regendruppels te vallen. Wat gebeurt er?

Opdracht 3: Een theaterkleedkamer. Spiegels met lichtjes er om heen. Je zit voor een van de spiegels, staart naar jezelf, in de spiegel zie je posters van voorstellingen aan de muur. In de rechterbovenhoek van de spiegel hangt een fotootje. Je haalt hem voorzichtig van het glas en kijkt er naar. In de verte hoor je de geluiden van het publiek. Op een versleten bank in de hoek zit iemand. Wat gebeurt er?

Opdracht 4: Kerkhof in Mexico Stad. Het is avond, donker. De avond van 1 november, de Dia de los Muertes, overal op het kerkhof mensen die bij grafmonumenten zitten, kaarsen en bloemen. Je weet dat deze voorwerpen de zielen van de dodenmoeten helpen om hun weg terug te vinden naar de wereld van de levenden. Er wordt gegeten, gedronken en gelachen. Je bent alleen, en tegelijkertijd blij en verdrietig. Je loopt langs een familie die bij een graf zit. Een klein meisje, haar gezicht geschminkt met traditionele doodshoofd loopt naar je toe en drukt iets in je hand. Je ziet niet wat het is omdat je vooral aandacht hebt voor haar ogen. Ze zijn enorm, ogen om in te wonen. Je loopt door. Wat gebeurt er?

11 mei 2020; Het Bankje in St. Anne’s Park

10 uur was uitchecktijd in Ashley’s Hostel. Ik zou op het eind van de middag naar Amsterdam vliegen en ik besloot tot die tijd het buitengebied van Dublin te verkennen. Op Busaras, het centrale busstation, pakte ik een willekeurige bus. Ik zou wel zien waar ik uitkwam. Bij het eindpunt bleek ik te zijn beland in het Saint Anne’s Park niet ver van de kust, op 6 km van Busaras. 

Het was een prachtig aangelegd park met fonteinen en indrukwekkende beelden, ik denk dat het geheel dateert uit de 19e eeuw, de tijd van de Romantiek. Ierland heeft een gematigd regenwoudklimaat. Er gaat bijna geen dag voorbij zonder regen. Hoewel het midden mei was, was het toch behoorlijk fris. Ik vond een bankje en na het droog geveegd te hebben, ging ik zitten. Voor mij speelden kinderen op het gras. Van Corona toestanden was hier niets te bespeuren. Geliefden liepen hand in hand en ik zag senioren met hun rollator voorbijschuiven. 

Opeens ontwaarde ik naast mij een klein, in cadeaupapier verpakt doosje. Er begonnen wat regendruppels te vallen. Ik zag nauwelijks bewolking en de regen zette dan ook niet door. Ik vind het vervelend vergeten voorwerpen te vinden. De eerste emotie is altijd een geluksgevoel, al gauw gevolgd door een teleurstelling, het besef dat de schat terug moet naar de rechtmatige eigenaar. En als je dat niet doet dan breng je de volgende vinder mogelijk in de verleiding de vondst te stelen. Ik zag dat het cadeaupapier al een keer uitgepakt was en dus opende ik het. Wat ik vond bleek een boekje met als titel The Wisdom of the Buddha. Ik begon te lezen. Alles wat jullie zien, bestaat niet.  Wat jullie zien zijn projecties, droombeelden, al die mensen om je heen, mijzelf incluis, ze bestaan niet. Het zijn jouw eigen droomfiguren. Zoals je in je droom fantastische werelden laat verschijnen, op dezelfde wijze projecteer je mensen, dieren en voorwerpen. Zodra je de scene verlaat, of in slaap valt, lossen al de beelden op. Zelfs het beeld dat je van jezelf hebt. De wereld is niet wat je ziet maar een projectie van jullie hoop en verlangens, van angsten en herinneringen. Jullie kunt je zelfs voorvallen herinneren die nooit gebeurd zijn. 

Goh, dacht ik, Jean Koolen blijkt dus ook niet te bestaan. Wie is het dan die beweert dat de oude Grieken het allemaal bedacht hebben? 

Google brengt, zoals vrijwel altijd, uitkomst. In de 4e eeuw veroverden de Grieken onder Alexander het Boeddhistische Noord India en stichten daar Griekse koninkrijken. Onder indruk van Gautama, de Boeddha, maakten de Grieken niet alleen de eerste Boeddhabeelden maar ook brachten ook zijn Wijsheid naar het Westen. 

’s Middags was het verkeer in Dublin urenlang gestremd door stakers die een hoger loon wensten. Zij mogen dan volgens de Boeddha droomfiguren zijn, het vliegtuig heb ik er wel door gemist.  

- Peter Roozendaal

Papa

Papa ik heb nu dezelfde trekken om mijn mond.

Papa ik kijk met dezelfde blik als jij in mijn ogen de wereld rond.

Papa vroeger was jij driftig en vroeger was ik

driftig, hard tegen hard ik wist niet van wijken.

Papa ik kon toen niet objectief naar jou kijken.

Papa je had zo veel rust en dan zat je uren lang

aan mijn ziek bed.

Papa ik herinner me al je verhalen die je mij vertelde.

Papa ik heb toen wel goed opgelet.

Papa ik heb zelf nu vier mooie kinderen gekregen.

Papa ik heb ook vijf geweldige kleinkinderen.

Papa dit allemaal is een ware zegen.

Papa deze eerste brief aan jou,

na je vroege dood doet me veel.

Papa ik weet dat je mijn kinderen leuk vindt.

Papa toen jij stierf was is zelf nog een 13 jarig kind.

Papa ik bewonder je om wie en wat je was.

Papa ik zie jou in mijn kinderen en kleinkinderen terug.

Papa jouw kwaliteiten en ook je geduld waren veel.

Papa ik vergeet je nooit in mijn leven.

Papa je hebt mij lessen geleerd

Papa je hebt me veel gegeven.

Uit herinnering je dochter.

- Adrienne Garber

Hoera, een nieuwe Tuba!

Dit klinkt heel feestelijk en dat is het ook, want ik loop nu heel trots met mijn tubakoffer in Parijs, richting Parc des Buttes Chaumont. Het is nog vroeg en een hele klim te gaan, maar ik verheug me erop om hoog op de heuvel met mijn nieuwe tuba in de stilte van de stad te blazen.

Het geluid van de treinen onder mij, (ik loop over een treinviaduct) geeft me al een ritme mee. Ik huppel bijna, ware het niet dat de zware koffer dat belemmert.

Mijn oude en eerste Tuba ben ik kwijt eraakt op een van mijn reizen en daar was ik zeer bedroefd over. Ik had veel met hem beleefd.

Het begon zo. Bij ons thuis hadden we aanvankelijk geen muziekinstrumenten. Daar was het geld en de ambitie niet voor. We zongen wel veel psalmen en gezangen bij de afwas bijvoorbeeld. Vooral mijn vader kon nog wel eens een lied inzetten en dan waren we zo klaar met de klus.

In mijn jeugd dus, kwam regelmatig een zwervende oom bij ons over de vloer, een broer van mijn vader. Hij was heel muzikaal, maar omdat hij geen vast onderdak had, speelde hij blokfluit. Die neem je makkelijk mee. Die fluit kwam altijd tevoorschijn uit zijn bruine aktetas en trok al snel mijn belangstelling. Ik mocht er zowaar een beetje op fluiten. Omdat ik er gevoel voor had en snel leerde, pakte mijn oom zijn altblokfluit erbij en speelde met mij mee en liet de zuivere tonen horen, zodat ik die na kon spelen. Ik kon namelijk nog geen noten lezen. Mijn oom en vader waren verrast over het resultaat. Op een gegeven moment kwam er ook een harmonium in huis ten gerieve van mijn oom en door iemand van de kerk geschonken. Ik ging naast het orgel en op gehoor op de blokfluit mee spelen.

Ik moest noten leren lezen en mijn vader ging naar lesmogelijkheden op zoek. Die waren echter te duur en mijn oom vond zichzelf niet goed genoeg voor het geven van notenles. Toen kwam iemand op het idee om bij de muziekvereniging Jubal te informeren. Dat was de blazerskapel in onze buurt die op feestdagen door onze straten paradeerde. Bingo!

Ik mocht er komen kijken en verschillende instrumenten uitproberen.

De meeste indruk maakte de Tuba op mij… die enorme toeter!

Ik kreeg er met veel moeite geluid uit, dat prachtige duistere geluid als je het goed deed. Een uitdaging! En gelukkig had de tubaspeler nog geen leerling. Ik werd onder zijn hoede geplaatst. Ik leerde snel, maar het taaiste was toch wel de notenleer die ik me eigen moest maken wilde ik in de kapel mee mogen blazen. Ik heb er geweldige jaren gehad en de Tuba werd mijn vriend. Want na een aantal jaren werd het instrumentarium vernieuwd en kon ik voor een habbekrats mijn geleende en vertrouwde oude tuba kopen. Zo ben ik aan hem gekomen.

Hoe ik hem weer ben kwijtgeraakt is een droevig verhaal.

Ik werd volwassen en wilde reizen. Mijn Tuba ging altijd mee en ik trok er veel bekijks mee als ik erop zat te spelen. Het geluid draagt ver.

Dat wisten de Romeinen al. Hun signaalhoorn was een verre voorloper van mijn tuba!

Ik maakte op deze reizen en met mijn tuba snel vrienden. Zo werd ik een keer bij een paar mannen thuis uitgenodigd voor het eten en toen het gezellig en laat werd, voor een slaapplaats. De volgende dag was mijn tuba verdwenen. Ook mijn gastheren waren stomverbaasd (of speelden ze dat?) en zochten mee. De tuba bleef onvindbaar. Ik huiverde echter om naar het politiebureau te gaan om aangifte van verlies te doen.

Bij binnenkomst in dit land had ik er al een tijd doorgebracht. Dat zit zo:

Ik was bij de grensovergang in een taxi gestapt, die een snorder bleek te zijn. Een taxi zonder vergunning. Ik zat er samen met een Engelsman in. Het verbaasde me al dat de taxichauffeur bergafwaarts steeds zijn motor uitzette. Doodeng. Maar we hadden wel een idee waarom: benzine besparen! We hadden hem namelijk vooraf moeten betalen, zodat hij een jerrycan benzine kon halen waarmee hij zijn tank vulde.

Enfin, aangekomen op de eerste rotonde in de stad werden we tot stoppen gemaand door een imposante en imponerende politieagent met een reuze snor. Die was getipt. De Engelsman, die voorin naast de chauffeur zat, werd naar de achterbank naast mij verwezen en de agent stapte voorin en beval ons naar het bureau te rijden. Vlak daarvoor had onze chauffeur ons al gesmeekt niet te zeggen dat we betaald hadden. We zouden kennissen van hem zijn. De Engelsman en ik overlegden snel dat we de taal van het land niet zouden begrijpen, noch het Frans dat er ook gesproken werd.

Op het bureau aangekomen, een kaal betonnen gebouw, werden we eerst tezamen verhoord en toen apart gezet. Ik kneep ‘m verschrikkelijk in het kale hok met alleen een stoel en een tafel. Allerlei films met verhoormethoden passeerden voor mijn ogen de revue. Bij het eigenlijke verhoor begreep ik uiteraard niets van wat er gevraagd werd en na een paar uur in eenzaamheid en angst daar te hebben doorgebracht, werd ik op straat gezet. Dat was mijn avontuur bij de politie in dit land en ik huiverde om naar zo’n bureau te gaan voor aangifte (nodig voor de verzekering). Ze zouden mijn naam kunnen tegenkomen in hun bestand en nu merken dat ik wel degelijk Frans sprak..! Nee, die tuba liet ik maar voor wat het was. Ik zou later wel een vakantiebaantje nemen om er weer een te kunnen kopen. Zo is het ook gegaan.

Mijn nieuwe tuba heb ik voor de zekerheid gemerkt. Aan de onderkant van de middelste buis heb ik met rode verf een stip gemaakt en er een bocht in gegraveerd: een S. Dus als ik hem nu ooit kwijtraak, is hij uniek en misschien terug te vinden. Hij heeft een prachtig donkerzwaar geluid en zijn succes hangt af van mijn lippendienst.

Toen ik in mijn jeugd oefende op de tuba, moest ik dat van mijn vader in de kelder doen. Daar zat een kleine luchtopening in naar de straat. Mijn vader wist niet dat het geluid vandaar juist nog verder droeg. Al snel stonden er kinderen voor ons huis te kijken naar wat er gaande was.

Nu ga ik dus boven op een heuvel blazen. Er staat daar een klein rond tempeltje met zuilen. Een prachtige plek met mooi uitzicht. Ik verheug me erop om daar op mijn tuba te spelen. Alsof ik Parijs ga wakker maken. Maar eigenlijk is het vooral voor mijzelf. Net of ik de luiken ga opengooien naar de wereld. Fantastisch!


- Sytske van Bochove

“Iedereen weet ervan ... ”, ‘Oh iedereen? Ik niet hoor!’ “Maar schatje, jij bent toch ook niet iedereen.” “Voor mij ben je bijzonder, maar dat hoeft niet iedereen te weten.” ‘En je zei net dat iedereen het weet! Hoe kan je dan nu zeggen dat niemand het weten mag?’ “Met iedereen bedoel ik natuurlijk niet iedereen! Iedereen die het weten moet natuurlijk.” (Wordt vervolgd, geïnspireerd door Romeo en Juliet en de theaterkleedkamer) 


- Lucien

WK Voetbal 2014, Nederland-Argentinië. Ik struin Utrecht af, in Café België kijk ik België-Amerika. Er is Vlaamse Friet, er zijn hotdogs, er is cola en Vlaams Bier. Amerika wordt van de mat geveegd. Na nog wat omzwervingen zie ik Stefania, mijn inmiddels Argentijnse vrriendin, die ik met haar familie en vrienden in een Utrechts Café ontmoette. Nederland ging er al aan tegen hen, meer teams… Argentina schallend fietst ze door de straten. Ze ziet me niet. Het is een ravenzwarte schoonheid met het “Tangohart” op de juiste plaats. Ze is jong, als een veulen in de wei, met een beetje fantasie houdt ze het midden tussen een nog zwartharige Máxima en haar ravissante paaldansende achternicht...            

Mexico, Zomer 2015, mijn vriend Jeroen heeft een Mexicaanse vriendin. Ik zie haar op de Dappermarkt. Henk, mijn vriend uit de krakersscene omhelst opnieuw Martha, zijn Mexicaanse Ex, en Stefania gaat op vakantie in Mexico. In 2014 proberen 2 oude hardrockmaten mij over te halen in Tivoli/De Helling mee te gaan naar Shockrocker Rob Zombie. Ik geef aan met Stefania in Utrecht te hebben afgesproken. De ene zegt, moet je niet doen man, dat is de vijand…        

Ik vraag Stefania op Facebook of ze al in de “Nieuwe Stad” is geweest, ontdekt door archeologen, die gesticht zou zijn door de oude Azteken. Ze is nog niet op de hoogte. Mexico-City, daar bevindt zij zich, is een gevaarlijke stad. Met de tram ben je er in 3 uur vanaf Los Angeles, maar drugsbaronnen reizen niet met de tram. Zij rijden in Limousines en Jeeps, tot de tanden bewapend. Zij buiten de arme boeren uit die Cocaïne verbouwen uit de cocaplanten op de plantage. Ze proberen ook de oude stad in handen te krijgen die in vulkanisch gebied ligt. Nieuwsgierig geworden door mijn verhaal over die oude stad die 200 Kilometer ten westen van Mexico Stad ligt, gaat Stefania op zoek naar de oorsprong van de stad. Ze heeft een gids, maar die verdwijnt op miraculeuze wijze. De baronnen komen eraan en gijzelen iedereen die ze waarnemen. Helaas moet Stefania er ook aan geloven. Ik krijg haar niet te pakken, overleg met haar familie en we reizen naar Mexico. In Mexico Stad vinden we haar niet. Door een gedachte van een man met een enorme Sombrero onderwijl lurkend aan een Tequilla Sunrise en Een Coronabiertje, verorbert hij een taco. Hij oppert dat kwade tongen spreken van vervaarlijke gebeurtenissen in de oude stad, waar nog geen naam voor is. Toevallig speelt de band Calexico er die ik eens op Lowlands zag.        

We besluiten op onderzoek uit te gaan, krijgen de bonafide politieambtenaren mee en kopen de malafide om. We gaan op weg, nabij vijandelijk gebied slaan we ons kamp op, slapen overdag in de bossen in camouflagekleding en zo mogelijk in de schaduw. Dit gebied is onontgonnen en de vulkaan maakt dreigende geluiden, vulkanisch materiaal ligt overal verspreid. Wij hebben nog niemand waar kunnen nemen met onze moderne kijkers annex raketwerpers. De tijd verstrijkt tergend langzaam. In de nacht wagen we het erop, we moeten zien de gijzelaars van de baronnen te isoleren. Iemand komt met een lumineus plan. Waarom niemand daar in Mexico-City over dacht: we besluiten contact met city te leggen om van daaruit de baronnen te bewegen Coke te verkopen om hen dan wel weg te lokken, dan wel te kunnen arresteren en/of ombrengen. Het plan werkt: de baronnen denken dat alleen een handjevol toeristen de dodenstad zou bezoeken in dit stadium in navolging van de archeologen. Ze laten een kleine groep de gijzelaars bewaken, 1 van Stefania’s broers ziet haar en wil een soort kamikazeactie houden. We moesten hem tijdelijk de mond en voeren snoeren en beloven hem dat we haar zullen bevrijden. De meeste politiemensen gaan terug naar Mexicocity om de baronnen te verrassen, de corrupte houden we maar hier. Een synchrone actie zorgt ervoor dat de beide “kampen” beslopen en vervolgens bestormd worden. Er is verzet, gelukkig vallen er op beide fronten alleen doden aan “maffiakant”, gewonden zijn er aan onze beider kant wel. De gijzelaars zijn ongedeerd, de drieste broer van Stefania foetert ons uit als we hem ontknopen maar als zijn zus hem om de hals vliegt is hij blij, roept Caramba en wil een Tequila. Die krijgt hij in Mexicocity en nog veel meer als we weer thuis zijn. De baronnen kunnen lang brommen, de corrupte politie staat gesignaleerd. Een groot feest is hier. In Nederland, waar het koeler is, gaan we de strijd weer aan. Met een partijtje voetbal in het Vondelpark. Nederland wint.


- Marcelius

Bloedsteen

Wilde eens uit Nederland gaan na een tijdje binnen tijdens de pandemic.

Ik kon een goedkoop ticket kopen naar Mexico Stad inclusief een goedkope B and B verblijf voor een week in de Stad.

Kwam overdag op 1 november aan in Mexico Stad. Nam een taxi naar mijn B and B.

Ging wat rusten op mijn bed en daarna at ik wat aan een straat stalletje.

‘s Avonds dwaalde ik door de Stad. Had een plattegrond van de Stad gekocht.

En ik zag dat dichtbij een kerkhof was.

I November is in Mexico de Dia de Los Muertos = Dag van de Doden.

Toen ik het kerkhof betrad zag ik mensen bij de grafmonumenten zitten met kaarsen en bloemen. Die voorwerpen helpen de doden hun weg terug te vinden naar de wereld van de Levenden. Het is een vrolijke boel er wordt gelachen en gedronken. Niet als bij ons op een begrafenis, met een plakje cake en koffie. Herinnerde ik mijn ouders begrafenissen. Was blij dat ze nu rust hebben en verdrietig dat ze nu niet weten wat ik heb bereikt. Al is het niet veel in 67 jaar.

Ik liep in diepe gedachten langs een familie waar een klein meisje in traditionele doodshoofd beschilderd gezichtje een Surrealistisch indruk maakte. Alsof ik in een Louis Bunuel film zat. Het was een vreemd gezicht om een jong mesje met enorme ogen in een grijnzend doodshoofd gezichtje te zien. Ze liep naar me toe. En greep mijn hand en stopte iets in.

Bij lantaarnlicht zag ik dat het een Bloedsteen was. Het was groen met rode vlekken. Ik voelde meteen een rilling over mijn ruggengraat lopen. Mijn vader was een Indische paranormale genezer = Dukun.  Heb een beetje van zijn gave geërfd. Ik kon in een Kris kijken. Ook als een voorwerp energie door toedoen van een paranormale persoon ingebed is. Kon ik het voelen. Als ik het in mijn hand houd dan voel ik een rilling over mijn rug lopen.

De energie noem ik geesten waarmee ik kan praten. 

Als ik verder wil kijken. Dan leg ik het voorwerp onder mijn kussen. En ik slaap erop. Dan verschijnt de energie in een gedaante en ik kan ermee praten.

Ik sliep die nacht sliep ik met steen onder mijn hoofdkussen. In mijn dromen verscheen een verschijning die beweerde dat hij Carlos Castenada was. Een in 1968 overleden antropoloog. Hij schreef beroemde boeken over Don Juan Matus een Indiaanse medicijnman waar Carlos in de leer ging. Hij beweerde dat het kleine meisje een verre familielid van hem was. En hij had het plan alle kennis die hij verzameld had van Don Juan aan haar over te brengen via mij. Ik protesteerde dat ik niet lang te leven had wegens mijn hartconditie. Hij zei dat hij mij zou leren de technieken om een lang leven te verkrijgen.

Ik was met pensioen en had geld en tijd genoeg om meer kennis te vergaren. Ik stemde toe. In de volgende jaren begon ik een goedkoop eettentje voor studenten. Waar ik Carlos kennis van medicinale planten toepaste in mijn eet recepten. Al gauw werden de mensen die van mijn eten aten gezonder, fitter, etc. 

Begon een gratis schooltje voor de allerarmste kinderen uit de buurt en ze kregen gratis eten. Al gauw maakte ik kennis met de ouders van het kleine meisje. Ze zat ook op mijn schooltje. Mijn kinderen werden automatisch slimmer door de recepten van Carlos. Hun hersens en lichamen ontwikkelden zich beter dan elders.

Ik begon een blog op YouTube waar ik mijn restaurant en mijn schooltje aanprees.

Bekende bloggers kwamen mij bezoeken en eveneens prezen me in hun blogs. Zodat ik een miljoen volgers kreeg via YouTube. 

Kreeg via dit systeem dat kleine meisje technieken te leren die Carlos wilde overdragen aan zijn verre enige familielid.

Ik had geen last meer van mijn hartconditie.

En leefde nog lang en gelukkig.


- Ronald Pessy

0 keer bekeken