Kantlijn in quarantainetijd | Vrijdag 29 mei 2020

Bijgewerkt: jun 29

Les van Mireille


Geboortegrond.


De schrijfoefening van deze week gaat over waar je vandaan komt. 

Je geboortegrond, -plaats, -streek, -dorp, -huis, -straat, -stad, -land, -provincie. Misschien zelfs continent?


We hebben daar allemaal een beeld bij of een gevoel. Of je daar nu lang hebt gewoond of niet. Misschien heb je er zelf niet lang gewoond, maar komt je familie daar vandaan. Misschien wonen zij daar nog en jij allang niet meer. Voel je je nog steeds verknocht aan je geboorteplaats en zijn typische gebruiken? Mis je ze? Of ben je juist blij dat je er afstand van hebt kunnen nemen? Welke zaken koester je nog? Welke dingen ben je blij dat je dat los hebt kunnen laten? Wat zijn de herinneringen?

Deel je gevoelens, herinneringen. Schrijf een brief of een ode aan je geboorteplaats. 

Zijn het de vriendjes in de straat? Het keten en spelen samen? Of speciale eetgewoonten uit die streek, of kledingstijl uit die tijd? Of hoe er werd gepraat met elkaar; het dialect? De bomen in het plantsoen? De weg langs de weilanden naar school? De bijzondere architectuur?  Een dichtgetimmerd huis? Hoe heb je die herinneringen tot je gekregen? Door foto's? Familieverhalen? Vage herinneringen? Associaties? 

Opdracht

Gebruik alles wat je weet om tot een mooie brief, of ode te komen. 


Voel je natuurlijk ook vrij om het anders aan te pakken als je dat liever doet.


O, stad der Bataven

O, stad aan de Waal


Zo begon het lied dat wij, de schoolkinderen op Koninginnedag zongen voor het

bordes van de Waag. We leerden het voor de aubade aldaar en verleerden het nooit

meer.

Mijn geboortestad Nijmegen was als een Bataafse (een Germaanse stam)

nederzetting begonnen. Er zijn wel oudere resten gevonden van bewoning, maar de

Romeinse geschiedschrijving begint daar ongeveer, met de Bataven op een

heuvelrug met uitzicht over de rivier de Waal.

De Romeinen waren hier iets meer naar het oosten op de Hunerberg neergestreken

voor het begin van onze jaartelling. Zij werden de heersers van het gebied, maar niet

zonder slag of stoot. De Bataafse Opstand van 69 jaar na Christus is daar een

voorbeeld van.


Er is veel geschreven over deze grote stad, zo’n 400 jaar lang een legerplaats aan

de noordgrens (lime) van het Romeinse Rijk. Op school leerde ik al vroeg trots te zijn op mijn geboortestad. Er waren zoveel overblijfselen zichtbaar en de opgravingen gingen door. Alhoewel ik me allang een Amsterdammer voel, ik woon hier immers het grootste

deel van mijn leven, kan ik nog altijd mijn vrienden vol trots langs de sporen van het

Nijmeegse verleden leiden. Er is nog zoveel te zien.


Het hart van de stad echter is net als dat van Rotterdam weggevaagd. Op 22 februari

1944 lieten de Geallieerden te vroeg hun bommenvracht vallen in de veronderstelling

dat het een Duitse stad was. 800 burgers kwamen om. De vergissing werd lang

stilgezwegen uit schaamte. Een trauma!


Ja, de grens is vlakbij. Mijn moeder woonde aan het eind van haar leven aan de rand

van de stad, in Berg en Dal, en als je daar door de bossen liep, bevond je je soms

ongemerkt op Duits grondgebied.


De stad was in mijn jeugd omringd door bossen, vennen (Hatertse vennen), heuvels

en het rivierlandschap (de Ooipolder). Alles was in de buurt en ik herinner mij de

lange fietstochten die mijn ouders maakten. Ik zat achterop de fiets. Op zo’n tocht

moet ik eens bij het zien van een eend met een rits kuikens achter haar aan,

geroepen hebben: ‘Kijk, ze spelen Vierdaagsje!’. Ja, zo beïnvloed was ik door het

jaarlijkse evenement.


Al een paar dagen voor het grote gebeuren sleepten we 2 veilingkisten en planken

naar de St. Annastraat (Via Gladiola) en verzekerden ons zo van een 1e rang

zitplaats bij de binnentocht van de wandelaars en de muziekcorpsen. Dat bezetten

van een mooie plaats gebeurt nog steeds. Na afloop staan er overal oude banken en

stoelen langs de weg. Een meubelboulevard voor de studenten in de stad!

- Sytske van Bochhoven

Djarkarta


Dit is hoe je Jarkarta schrijft, toen ik 60 jaar geleden

Noodgedwongen Indië moest verlaten

Was toen 8 jaar in 1960

Nu is het 2020 en word dit jaar 68 jaar

Er zijn veel wateren onder mijn burg gestroomd

En herinner die Indië jaren met weemoed en pijn

Als ik het voor het zeggen had gehad, was ik nooit weggegaan


Maar ik was een kind en moest toen

Tegen heug en meug met het gezin naar Holland gaan

Ik wist toen nog niet dat ik mijn kinderparadijs

Had verlaten, toen ik met vliegtuig naar Holland kwam


Besefte niet dat ik een culturele schok kreeg

Die de schokgolven nog jaren in mijn geestelijke leven deed gevoelen

Kon niet bevroeden dat ik in Holland met 16 jaar in een gekkenhuis terechtkwam

En daarna voor de rest van mijn leven in het voorgeborchte van de Hel leefde

Als Zombie met een minderwaardigheids complex en faalangst voort sukkelde


Toen ik met mijn zestigste de 2e hartaanval en een herseninfarct kreeg, was

Het gevolg daarvan dat ik me nog doodser ging gevoelen

En verloor de wil om te leven

Verloor alles: mijn minderwaardigheidscomplex mijn faalangst en mijn Ego

Dat was het Keerpunt in mijn leven

Ik had alles verloren waarvan ik dacht dat het belangrijk was

Maar ik had alle ballast en bagage wat ik mijn hele leven op mijn schouders  torste, losgelaten


Ik zag van alles de betrekkelijkheid in

Ik had niets te verliezen

Want  ten eerste kon je niets bezitten

Je had alles alleen tijdelijk te leen gekregen

Je kun niets na je dood meenemen

Dus waarom je druk maken om aardse of geestelijke bezittingen

Na die overpeinzingen verwerkt te hebben

Kreeg ik van mijn oude vriend het Lot een cadeautje

Waar ik nu niet goed raad weet


Het cadeautje op mijn oude dag = ik kan verhalen en gedichten schrijven.

Ik noem het een cadeautje, want ik heb niet die vaardigheid door bloed, zweet en tranen verkregen. Het kwam zo aanwaaien toen ik op een dag in een Impuls meedeed aan een ouderen workshop van OBA. Ik had nooit iets geschreven. Maar ik werkte 25 jaar  in OB Zaanstad. Van mijn achtste jaar las ik alles wat los en vast zat.

Geen literatuur. Daar had ik een bloedhekel aan. Op de middelbare school was je gedwongen om een waslijst literatuur voor je examen te lezen. Vanaf die tijd las ik alleen pulp. oa; SF, Witte Raven serie, Cowboy/indianen verhalen. Fantasy, etc.


Kortgeleden ontdekte ik tot mijn verassing dat ik onder al die pulp toch literatuur las.

Titels die tot de literatuur behoren; Lord of the Rings, Alice in Wonderland. Narnia verhalen, etc., las ik in de veronderstelling dat het geen literatuur was.

Na 60 jaar boeken gelezen te hebben.

Herken ik een goed boek


- Ronald Pessy

Amsterdam


Amsterdam, jaren veertig. Ik weet nog hoe het was, heel veel onbewoonbaar verklaarde woningen, grachtenpanden die opeens in elkaar storten. De trams waar je als hij langzaam reed, gewoon naar binnen kon springen. Regenachtig weer op vrijdag. In de tram stonk het dan door natte ongewassen mensen. Je kon de vieze lucht met een mes snijden. Zaterdag was de wekelijkse bad dag.


Her in der in de stad gebombardeerde huizen waar ik dan in een boog omheen liep. Men kon niet weten, misschien zaten er nog Moffen in. Op een keer zat ik met mijn moeder in tramlijn 2. Er ging een man tegenover ons zitten. Ik kromp ineen van angst. De man was zwart verbrand, dacht ik en verborg mijn gezicht in de schoot van Moeder. Als hij in brand staat dan moest er ook as te zien zijn zoals bij een sigaret. Ik keek nog eens gauw naar de voeten van de man maar neen, geen as op de grond. Ik begreep er niets van. De zwarte man keek mij ongemakkelijk aan. Ik drukte gauw mijn gezicht weer in Moeders schoot en hield mijn adem in. Uiteindelijk keek ik weer. Een zucht van verlichting. De zwarte man was verdwenen.


Sindsdien is er veel veranderd in Amsterdam. Het kan gebeuren dat ik de enige blanke reiziger ben in Bus of Metro. Ik voel me soms onzeker, een gevoel dat ik in die tien jaar dat ik in Zuid-India woonde, nooit heb gehad. Ik zag daar soms wekenlang geen westerling. Ik miste ze niet, en vergat dan gewoon dat ik blank was. Tot er ergens een blanke verscheen die dan regelrecht op me afstevende om een praatje te maken. Ik voelde me dan beledigd. Waarom juist met mij. Ik voelde mij gediscrimineerd. Er zijn toch meer mensen waar hij mee kon praten.


Hier in Zuidoost waar ik woon, wonen veel zwarte mensen. Ik had me uitgebreid geïnformeerd over hun komaf. Na de Hut van Oom Tom, toen ik 10 jaar was, heb ik nog tal van boeken over het onderwerp gelezen. Over de slavernij in de U.S. Mijn eindexamenscriptie ging zelfs over de trans-Atlantische slaventransporten. Als een slavenschip op weg naar West-Indië, door een VOC-schip in beslag werd genomen, dan hadden de slaven geluk. Ze kwamen dan in Kaapstad terecht, moesten daar in de regel even hard werken als de VOC-arbeiders. Ook kregen ze na 20 jaar arbeid hun vrijheid terug. De VOC beschermde haar slaven tegen onrecht en dat deden ze op grond van de Bijbel. De VOC-mentaliteit viel daar soms best mee. Rond 1780 begonnen de Blanken daar met discriminatie. Ik heb ook authentieke interviews beluisterd met mensen die nog voor 1865 als slaaf gewerkt hadden. Die geluidsopnamen zijn gemaakt in de jaren 30 toen die mensen stokoud waren.


De boeken over de slavernij in Suriname maakten op mij ook veel indruk. Ik kreeg gewoon beelden door alsof ik die tijd zelf beleefd had. Het was allemaal niet zo zwart wit als we nu vaak denken. Naast de mensen die hun slaven afbeulden waren er altijd mensen die hun slaven menswaardig behandelden.


Ik heb dus een eigen mening gevormd over Afro medelanders. Als ik die deel dan word me al gauw de mond gesnoerd. Tot ik vorige week online terecht kwam in een Senaatshoorzitting in Washington. Een hoogbegaafde zwarte vrouw kwam daar aan het woord. Wat een power. Blanke en zwarte politici sidderen als zij aan het woord komt. Ik heb nog meer video’s van haar bekeken.  Eigenlijk ben ik met veel van wat ze zegt, eens. Candace Owens heet ze, 31 jaar, gehuwd met een blanke man, en in 2024 hoopt ze voor de Republikeinen Presidentskandidaat te worden!!!


Is racisme een blank probleem in de USA? Neen, zegt ze, Blank en zwart zijn in gelijke mate racistisch! Blanken hebben vooroordelen tegen zwarten? Geen wonder zegt Candace, Zwarten hebben 7 keer zo grote kans in de gevangenis te komen. Dit is algemeen bekend, Trouwens ook dat de criminaliteit van zwarten onderling opvallend hoog is. Zwarte mensen roepen vooroordelen op. Als blanken ontdekken dat zwarte mensen te vertrouwen zijn, dan verdwijnen hun vooroordelen behalve als ze racist zijn.  

Black lives matter! White lives matter as well, zegt Candace. Er worden meer ongewapende blanken door zwarten vermoord dan ongewapende zwarten door blanken!


Discriminatie, de hoofdoorzaak van zwarte criminaliteit? Onzin, zegt Candace. Bij 70% van de zwarte gezinnen ontbreekt een stabiele vaderfiguur die opgroeiende kinderen kan corrigeren en die een voorbeeldfunctie heeft. Zwarte mannen zijn vaak rondslapers. De jongeren uit zulke gezinnen voeden elkaar op en dat leidt vaak tot stoerdoenerij, winkeldiefstal, machogedrag en dat leidt meestal tot criminaliteit.  Ze verzuimen school of maken studie niet af. Zwarte vrouwen willen vaak geen man in huis omdat ze dan gekort worden in de bijstandsuitkering! Kortom tijd voor de zwarte gemeenschap om in eigen huis op orde op zaken te stellen in plaats van de klagen over vermeende discriminatie, meent Candace. Of een en ander in Nederland veel anders is, weet ik niet.


Ik ben 75, maar in de tram of metro aan een zwarte passagier die op een seniorenstoel zit, vragen of ik die gebruiken mag, doe ik niet meer. Te groot risico om voor racist uitgemaakt te worden. Dat is me al een paar keer overkomen. Ter volledigheid. Dat zwarte jongeren mij ongevraagd hun stoel aanbieden, maak ik ook mee.  Hartstikke lief! Die heeft vast leuke ouders denk ik dan.


- Peter


Mokum, Makom, Amstelredamme, Amsterdam


Mokum, Makom, Amstelredamme, Amsterdam, Theophilel De Bockstraat, mijn “Andreaskruisje” stond in het Andreasziekenhuis. Op die plek woont nu een vriendin, al jaren. Ik grapte wel eens dat ik net als Mozes te vondeling was gelegd in een mandje in de ijzige sneeuw dan.


3 Februari in het angstaanjagende “meisjesabortusjaar” (Route 19)’66 te China (Crisis=Rockband), ofwel Supertramp’s, Crisis What Crisis, daar heb ik eens over voorgedragen in De Nassaukerk met kerstavond ten tijde van de opkomst van (Cris)is.....   afijn. Ik kwam te wonen in mijn 1e jaar in De A.M. De Jongstraat, die Van de schrijver.. te Slotermeer, ik herinner mij een rood badje later,guppen en voorntjes in de wasbak door mijn Opa en mij gevangen in De Sloterplas, een man die verbonden wee door mijn Oma in de tuin die  zijn voet in de grasmaaier had gehad, de bloederige vellen hingen erbij, mogelijk was het de tuinman met zijn Franse Du Pain Du Vin Et Du Boursinpetje, het steentje dat ik voor me uit gooide dat “langzaam” door de lucht ging totdat het de bril trof van een mens met herdershond..en er doorheen ging, 1e debacle? Mijn rode step met dikke banden, mijn rode fiets met zijwieltjes, die er op mijn 3e afgingen, het stoeprand gooien, voetballen in het gras in het mooie park,


Plein 40-45, waar mijn Oma shopte met een oude zwarte leren portemonnaie, Het Sloterparkbad met zijn hoge duiktorens waar ik mijn halve jeugd doorbracht, het naakstrand waar helaas alleen oudere vrouwen lagen om te bekijken, dat was nog eens wat anders later in Bussloo nabij Apeldoorn, jonge meiden in Eva zonder kostuum, hoezo Amsterdam vrij en het “platte land“ preuts?        


De Sloterplas grenstte eraan, daar ben ik nog eens in een prachtige flat geweest, uitkijkend over de surfers op de machtig hoge golven...    


Het voetballen tegen de garagedeuren op de prachtige dieprode stenen die er vanaf rolden...      


De Jan Bernardusstraat nabij Het Amstelstation, aan De Weesperzjjde met nog op de Hoek Café Hesp, De Simon De Witwinkel, Het Bordeel waar ik eens een kop koffie kreeg , uit Nieuwsgierigheid... van de dames


Het kraakpand waar ik later terecht kwam met een ondeugende Slowaakse vriendin, ik stal ooit haar zweep uit een kraakpand aan De Prins Hendrikkade, did you steal my whip vroeg ze ,ik vroeg waarom vraag je mij, ze.zei ik vraag iedereen..of het mijn straf is weet ik niet; in dat pand in de Jan Bernardus dronk ik wijn uit een geopende fles uit ‘74, bleh vies! Van Piet kreeg ik geen roe toen ik 3 was nadat er op de deur gebonsd was en het voor de deur vol met Sintkado’s lag,      


4 jaar, 1970, mijn broertje Michael was net geboren, maakte die Sint nog mee, daar, trok hem aan zijn baard,  woonden wij alweer op De Stadionweg iets later,Het Olympisch Stadion,waar ik steevast glipte bij Voetbalwedstrijden, 700 Toernooi, met mijn vader naar FC Amsterdam ging waar Jan Jongbloed een meeuw uit de lucht schoot, waar ik zes uur lang rond liep om te glippen via sluis, Citroën, bijveld en over de hoofdpoort een bouvier van de smeris aan mijn broek hing, bij Ja Supertramp, 1 van de supports kwam niet, Mink Deville Of Morhers Finest, de volgende dag liep ik met blaren en eelt twee postrondes net als de dag ervoor..

  

Ik mis alles bijna, mijn moeder, mijn moeilijke vader, mijn broer zie ik nog, ik koester heimelijkheden, ik herinner mij,bijna alles..nou bijna.        Het voetballen en zandbakvoetballen op het Serooskerplein achter, het vuurwerk afsteken, kerstbomen verbranden, Snackbar Rico, De Striphoek, Coffeeshop De Kade, Pinoke en Jabba De Hut (heet nu DNA), beide nog, De Blauwe Reiger, Kleuterschool, Mavo Zuid, vreselijke school, knokpartijen, sadistische leraren, mijn Joodse vriendinnetje op de hoge flat aan de Parnassusweg, waaromtrent wij flink keten met “Luilak” vroeger, waar ik aan het balkon hing op 7 hoog, Tarzan spelen zei haar moeder, waar ik aan haar raam verscheen en met een stokje tussen de kelderdeur weer boven kwam.


Verboden Liefde.. Caroline Perez om de hoek,mijn 1e hockeyvriendinnetje waar ik  buurtte, later 2 andere van “Pinokee en “Amsterdam“, Edwin De Roy Van Zuydewijn, mijn klasmaatje op de, we waren (de) Dalton(s) van Lucky Luke.. waar ik op woensdag Shirley Temple thuis keek, de ruzies met zijn zus Diana met knikkeren op school in de pauze, zijn andere zus Daphne, zijn moeder die bij mijn Oma op kantoor werkte, de tranen die hij liet aan de bosrand toen Elvis overleed nadat we met school voetbalden in Het Amsterdamse Bos, Klasgenoot Eva Van Der Spek de dochter van de lijsttrekker van De PSP die ik bezocht aan het Olympiaplein, dwars “door” het Switfhek heen, mijn voetbalclub als eerste en derde...


De prachtige jaren in Garderen op de Veluwe waarover ik gaarne een volgende keer eens rep, natuur van ongerepte schoonheid..

- Marcel Bergmeyer


35 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven